De Mensenziel


Een korte verhandeling
Geschreven door Brigitte Franssen
Geďllustreerd door Jef Franssen


De mensenziel is een uiterst vreemd en mysterieus wezen. Het is een wezen met een hart dat klopt vol verwachting. Een hart vol passie, liefde maar ook hartezeer dat sneller gaat kloppen bij het zien van haar geliefde. Ze heeft twee armen om hem mee te omhelzen.
Verder is ze stevig gebouwd en kan kleine lasten dragen. Maar geef haar geen te grote last dan bezwijkt of breekt ze. Grote inspanningen kosten haar veel energie. Te grote inspanningen breken haar. Verder heeft dit mysterieuze wezen twee ogen, twee oren, een neus, een mond en een huid gevoelig genoeg om de zachtste streling te voelen. Met deze zintuigen kan ze leugens doorzien, wanhoop horen, gevaar ruiken, het avontuur proeven, en haat voelen.

In het licht van de wijsheid en het weten kan ze met haar ogen allerlei kleuren en iedere vorm scherp van elkaar onderscheiden. Maar in het donker van de onwetendheid is haar onderscheidingsvermogen niet zo goed.
Zo kan ze ook in de stilte van vrede en rust elk geluid horen. Terwijl in het geroezemoes van alledag veel geluiden aan haar voorbij gaan.
Bij een eerste ontmoeting ruikt dit vreemdsoortig wezen gelijk het parfum van de liefde of de stank van verderf. Maar na een tijdje raakt ze eraan gewend en ruikt ze zowel de parfum als de stank niet meer.

In haar mond proeft ze alles voordat ze het afslikt. Zodat als de smaak haar niet bevalt, ze het gelijk weer kan uitspugen. Ze eet de vruchten, die ze eigenhandig van het land verzamelt. Daartoe heeft ze twee handen. Als ze rotte vruchten verzamelt, bederven die de eetlust en worden haar kracht en gestel aangetast. Als ze goede vruchten verzamelt, verzadigen die en geven haar energie.
Om niet uit te drogen drinkt ze het water van plezier. Maar dit water dient zuiver en fris te zijn anders is het als vergif voor haar.
Ze kan ook haar mond openen om te spreken. Ze spreekt de taal van waar ze vandaan komt en wordt daardoor vaak verkeerd begrepen.

Ze heeft een gevoelige huid, beslist geen olifantenhuid. Om de huid in staat te stellen de kleinste prikkeling of zachtste streling te voelen is ze naakt en onbeschermd. Daarom heeft dit wezen een huisje of op zijn minst een tentje nodig wat haar beschermt tegen gure en ongure elementen.

Dit mysterieuze wezen heeft net zoals een vogel slechts twee benen om op te staan. Maar als ze op haar eigen twee benen wil staan, zonder enige steun moet ze eerst haar eigen evenwicht weten te vinden en vervolgens leren hoe ze dat evenwicht in allerlei verschillende situaties kan behouden. Het evenwicht behouden is niet gemakkelijk. Het vergt niet alleen een enorme zelfbeheersing en controle over haar wezen maar ook een enorm aanpassingsvermogen zodat ze continu de kleine correcties kan maken die nodig zijn om het evenwicht te herstellen. Toch is zij hiertoe in staat.

En op haar twee stevige benen begeeft dit mysterieuze wezen zich meestal over evenzo stevige grond. Ze heeft stevige grond nodig om zich af te zetten en voort te bewegen. Voor de drijfzanden van dagdromerij is ze te zwaar en zakt er gemakkelijk in weg. Soms duikt ze in het water van weerspiegelingen van het verleden of de toekomst en zwemt er even in maar als ze er te lang in blijft, is het gevaar te groot dat ze verdrinkt.
Het is het veiligste en het beste om met twee benen op de grond te staan. Daarom staat ze het liefste met haar ene been in het hier en met haar andere been in het nu. Het hier en nu, dat is stevige grond. En op die stevige grond heeft ze direct verbinding met moeder aarde, die als een zorgzame moeder haar alles kan leren wat ze maar wil. Ten tweede gebruikt dit mysterieuze wezen de stevige grond van het hier en nu vaak om zich af te zetten en op te springen tot hemelse hoogten. Want alhoewel ze met twee voeten stevig in het hier en nu staat, reikt ze met haar hoofd naar de hemel.

Ze heeft een stevige ruggengraat, die naar links kan draaien als ze links wil gaan en naar rechts kan draaien als ze rechts wil gaan. Ze heeft een ruggengraat die zich al naar gelang haar wil naar de grond kan krommen of naar de hemel kan uitstrekken. Haar wil is haar ruggengraat.
Ze heeft frisse lucht nodig om in te ademen. Als deze lucht teveel rook bevat van vurige verlangens, laaiende ruzies, laaiend enthousiasme, brandende nieuwsgierigheid of verterende jaloezie krijgt ze hoofdpijn. In extreme gevallen stikt ze.
In haar bekken bevindt zich de kracht tot het voortbrengen van allerlei werken. Maar dit kan zij niet alleen, daartoe heeft zij een partner nodig. Alleen als zij zich met hem verenigt, kan zij overgaan tot scheppen. Zij is de menselijke ziel. Hij is het menselijk lichaam. Hij is stoffelijk. Zij is onstoffelijk. Maar als ik haar, de menselijke ziel, moest tekenen in het stoffelijke ...
~ Einde ~

Meer Korte Verhalen  >>

<<  Iets over de schrijfster


Alstublieft en Dank u wel  >>

© Brigitte Franssen 2011
HomeSouvenir ShopNew ArrivalsRLE ictMailboxEnglish SectionGreeting CardsDutch SectionSitemapDonations